Nigeria in de ban van de olie

Essay by StevenGUniversity, Bachelor'sA+, November 2008

download word file, 51 pages 1.0 1 reviews

Downloaded 462 times

******************

Paper Europese handelsrelaties

2007-2008

Toegepaste Economische Wetenschappen - Bedrijfskunde

Europese handelsrelaties

Nigeria in de ban van olie

Prof. Claessens Evrard

Inhoud

1Nigeria in de ban van olie �

4HOOFDSTUK 1: Inleiding �

41.1. Land en volk �

91.2. Economische achtergrond �

91.2.1. Enkele gewichtige sectoren �

131.2.2. Conjuncturele indicatoren �

131.2.3. Structurele indicatoren �

151.3. Samenwerkingsverbanden �

161.4 Handelsstructuur �

171.5. Vooruitzichten �

19HOOFDSTUK 2: Diversificatieanalyse �

192.1. Nigeria's Europese handelspartners �

192.1.1. Algemene introductie in de Handelsdata �

192.1.2. Landentotalen �

212.1.3. Landenpercentages �

212.1.4. Gekozen product �

222.1.5. Ruimtelijke verdeling van de invoer �

232.1.6. Product Diversificatie Index of PDI �

242.1.7. Conclusie �

252.2. Vergelijkende analyse met Niger �

252.2.1. Algemene introductie in de Handelsdata �

252.2.2. Landentotalen �

252.2.3. Landenpercentages �

262.2.4. Gekozen product �

262.2.5. Ruimtelijke verdeling van de invoer �

272.2.6. Product Diversificatie Index of PDI �

282.2.7. Conclusie �

292.3. De handelskorf �

292.3.1. Producttotalen �

302.3.2. Productpercentages �

312.3.3. Gekozen land �

322.3.4. Specialisatie �

322.3.5. Landen Diversificatie Index (LDI) �

332.3.7. Conclusie �

332.4.1. Producttotalen �

342.4.2. Productpercentages �

342.4.3. Gekozen land �

342.4.4. Specialisatie �

352.4.5. Landen Diversificatie Index (LDI) �

352.4.6. Conclusie �

352.5. Overzicht van de diversificatie �

352.5.1. Algemene introductie �

352.5.2. Toelichting bij de handelsrelaties �

362.5.3. Industriële locatie �

362.5.4. Samenstelling handelskorf �

372.5.5. Handelskorf belangrijkste "gates" �

372.5.6. Specialisatie en concentratie �

372.5.7. Specialisatie over de tijd �

372.5.8. Buitenlandse investeringen �

382.6. De Handelsbalans en de "Gateway" �

382.6.1. Handelsbalans �

392.6.2. Handelsbalans van de belangrijkste partners �

392.6.3. Afwijkingen in de gewogen percentages �

392.6.4. De "GATE- index" �

402.6.5. De GATE-index voor het gekozen product �

402.6.6. Conclusie �

402.7. "Intra-industriehandel" en de A.N.N.E.-index �

402.7.1. Handelsbalans �

402.7.2. Handelsbalans voor de belangrijkste producten �

412.7.3. Afwijkingen in de gewogen percentages �

422.7.4. De "A.N.N.E.-index" �

422.7.5. Het Banana-syndroom �

43Banana syndrome grafiek �

442.7.6.Gekozen land �

452.7.7. Conclusie �

46HOOFDSTUK 3: Groei-analyse �

463.1 Share-effect �

463.2 De proportionele landenshift (PLS) �

473.3 De proportionele product-shift (PPS) �

483.4 De differentiële shifts �

493.5 Consolidatie versus diversificatie �

493.5.1 Landenbeweging �

513.5.2 Productbeweging �

52HOOFDSTUK 4: Snap-shots �

524.1 Algemeen totaal �

544.2. Mineral fuels and oils in de EU �

554.3. Mineral fuels and oils in Spanje �

56HOOFDSTUK 5: Eurostat �

561. Value in euros �

572. Quantity in 100kg �

59HOOFDSTUK 6: FREE WHEELING �

70The Oil Tanker �

�

HOOFDSTUK 1: Inleiding

1.1. Land en volk

De naam van het land verscheen voor het eerst in 1897 in The Times en werd voorgesteld door de koloniale redacteur Flora Shaw, die later Frederick Lugard, de eerste Gouverneur van Nigeria, zou huwen. De naam komt voort uit een combinatie van de woorden "Niger" de langste rivier van het land en "Area" Engels voor gebied.

Zoals men op de kaart kan zien, zijn Benin, Niger, Tsjaad en Kameroen de buurlanden van Nigeria. De landgrenzen van Nigeria hebben een totale lengte van 4047km. De kustlijn van 853km grenst over het gehele zuiden aan de Golf van Guinee en een deel van de Atlantische Oceaan. Onderdeel van de Golf van Guinee is de Baai van Benin in het zuidwesten en de Golf van Bonny in het zuidoosten.

De twee grootste religies in Nigeria zijn de islam en het christendom; 50% van de bevolking is Moslim, 40% is christen en 10% heeft een inheemse godsdienst. Een minderheid is aanhanger van traditionele natuurgodsdiensten. In de voornamelijk islamitische noordelijke staten geldt de sharia. Dit is het Arabische woord voor de islamitische wet of de wet van God. Sharia betekent letterlijk 'weg naar de bron', ook: 'gebaande weg', 'wet' en 'rite'. In het voornamelijk christelijke zuiden gelden de wetten van de overheid. De aanhangers van natuurgodsdiensten hebben hun eigen rechtspraak.

De munteenheid van Nigeria is de naira (NGN). Als we dit tegenover onze valuta, de euro, stellen: 1 euro is 176,462 naira.

Engels is de officiële taal van Nigeria. De meeste Nigerianen spreken deze taal. Er zijn wel verschillen met het westerse Engels. Zo wordt de verleden tijd aangeduid met het woord don, bijvoorbeeld I don schop. Go wordt gebruikt voor de toekomende tijd in plaats van going. Sabi betekent kennis hebben van, bijvoorbeeld I shabi am betekent ik weet het. Naast het Engels worden er verschillende Afrikaanse talen gesproken. De drie voornaamste zijn het Ibo in het zuidoosten, de Hausa in het noorden en Yoruba in het zuidwesten rond Lagos.

Nigeria bestaat anno 2008 uit 36 staten en een federaal hoofdstedelijk territorium (Federal Capital Territory). Deze 36 staten zijn weer onderverdeeld in 774 lokale bestuursgebieden (Local Government Areas of LGA's).

De grootste en belangrijkste steden zijn Abuja en Lagos. Eerst was de havenstad Lagos de hoofdstad maar op 12 december 1991 werd Abuja de hoofdstad van Nigeria.

Enkele andere belangrijke steden zijn Benin City, Enugu, Gusau, Ibadan, Kano, Owerri, Oyo, Port Harcourt en Warri

Nigeria neemt een bedenkelijk lage positie in op de zogenaamde Human Development Index van 2007, waarin 177 landen zijn gerangschikt naar een aantal economische en sociale indicatoren. De index meet voornamelijk armoede, analfabetisme, onderwijs en levensverwachting in een bepaald land of gebied.

Nigeria staat volgens de toonaangevende Human Development Index (2007) in de top 20 van de láágst ontwikkelde landen. Maar dat was geen zorg voor president Obasanjo als herder van een land waar álle staatstdiensten als geprivatiseerd op het volk afkomen: geen politiediensten en justitie, geen energie-infrastructuur, geen onderwijs, geen administratieve rechten, geen gezondheidsvoorziening en uiteindelijk geen wetten zonder rechtstreekse bijdrage van de lokale bevolking. Als men het Obasanjo zelf vroeg, moest het volk nog wat geduld opbrengen want « macht komt van God ». Hopelijk brengt de, sinds 1 arpil 2007, nieuwe verkozen president, Umaru Yar'Adua wel verschil! Hoewel zijn verkiezing toch met een korreltje zout moet genomen worden, hopen we toch dat zijn belofte om de problemen in de Nigerdelta proberen op te lossen, gemeend is.

██ 0.950 en hoger

██ 0.900-0.949

██ 0.850-0.899

██ 0.800-0.849

██ 0.750-0.799

██ 0.700-0.749

██ 0.650-0.699

██ 0.600-0.649

██ 0.550-0.599

██ 0.500-0.549

██ 0.450-0.499

██ 0.400-0.449

██ 0.350-0.399

██ 0.300-0.349

██ onder 0.300

██ nvt

De Human Development Index waarde van Nigeria is 0,470. Het land heeft met de 158ste plaats een zeer lage klassering maar in vergelijking met buurlanden Benin (163), Niger (174), Tsjaad (170) en Kameroen (144) is de 158ste plaats nog redelijk hoog. De betere score dan de meeste buurlanden is o.a. te wijten aan opbrengsten uit de olie. De zeer lage score op de index is te wijten aan de relatief beperkte toegang tot onderwijs met als gevolg een hoog percentage analfabetis​me. Op het platte​land is er grote ar​moede. Daar worden slechte resultaten behaald op welvaartsindicatoren als toegang tot drink​wa​ter en medische zorg. Volgens de Wereldbank behoort Nigeria tot de "Low human development"

Bron: De Wereldbank, online beschikbaar op: www.worldbank.org

1.2. Economische achtergrond

"Nigeria is a West African nation of over 100 million energetic people. It is endowed with lots of natural resources but lacks human resources."

Philip Emeagwali

1.2.1. Enkele gewichtige sectoren

Een groot en belangrijk onderdeel van Nigeria is de Nigerdelta, een gebied rijk aan vruchtbare grond en bodemschatten zoals olie, gas, kolen, tinerts, ijzererts en zink. Shell is al jarenlang de belangrijkste olie-producent in Nigeria.

Nigeria is sterk afhankelijk van zijn olie-productie. Kenmerkend is wel dat voor er olie gevonden werd Nigeria een netto voedselexporteur was dankzij de rijkelijk aanwezige vruchtbare grond. In de loop der jaren zijn de landbouw en andere sectoren door de oliewinning steeds meer achterop geraakt. Ook de andere mogelijkheden voor mijnbouw (zink, tin, ijzer etc) worden nauwelijks benut. Door jarenlange leiding van een niet adequate overheid heeft Nigeria nauwelijks infrastructuur en een ondermaats onderwijssysteem. Door de sterk aanwezige corruptie is dit moeilijk om te buigen. Tijdens het bewind van Obasanjo is de positie van Nigeria op de CPI (corruption perception index) iets verbeterd.

Landbouw

De landbouwsector, die meer dan 70% van de arbeidskrachten tewerkstelt en goed is voor 35% van het Nigeriaanse BBP, is voornamelijk rond een levensonderhoud gecentreerd. Na jaren van slecht beheer en onbestendig ontwikkelingsbeleid, ondermijnd door onvoldoende infrastructuur om de productiezones tot de uitvoerhavens te verbinden, is het land geen belangrijke producent meer in de sectoren van cacao, rubber, palmolie en aardnoten.

Veeteelt, visserij en bosbouw

De betekenis van veeteelt, visserij en bosbouw is beperkt in Nigeria. Ziekten hebben de veestapel sterk uitgedund. De aanvoer van nieuwe vaccins via de National Veterinary Research Institute heeft een nieuwe impuls gegeven aan de groei van de veestapel. De visproductie is de afgelopen jaren gestegen, mede door ondersteuning van de Nigeriaanse overheid, zoals hulp bij de aanschaf van apparatuur voor de visvangst. De vloot bestaat uit 40 vissers- en 266 garnalenboten. Gemiddeld wordt 30.000 ton vis en garnalen gevangen.

Mijnbouw

Naast de oliesector werden belangrijke aardgasvelden ontdekt (3.700 miljard m3, 2de Afrikaanse reserves, 2,5% van de wereld reserves) in het zuiden van het land. De uitvoer van aardgas begon in 1999. Het land wenst vanaf 2008 ook een eind te maken aan het gas "flaring". Nigeria beschikt ook over aanzienlijke steenkoolvoorraden (bij Enugu), de belangrijkste van het continent, waarvan de jaarlijkse productie geheel door de plaatselijke markt wordt geabsorbeerd. Als minerale grondstoffen heeft Nigeria kolumbier (grootste producent ter wereld), ijzererts, zink, tinerts (bij Josplateau), goud, kalk en marmer in zijn ondergrond. De sector blijkt nochtans onderontwikkeld. De meeste van de investeringen zijn in de oliesector gebeurd. Alleen tin en kalk worden commercieel geëxploiteerd. Men vermoedt de aanwezigheid van uranium, maar de exploitatie daarvan werd nog niet ontwikkeld. Om buitenlandse investeringen aan te trekken en de corruptie te verminderen heeft de regering getracht de meeste van de publieke maatschappijen sinds 2002 te verkopen, gedeeltelijke privatiseringen gebeuren sinds die periode. In 2007 vertegenwoordigde de non-olie exploitatie amper 6% van BBP, maar toch een aanzienlijke verhoging vergeleken met vroeger.

Oliewinning

Olie (2,5 miljoen vaten/dag, 4de gerangschikt volgens de OPEC in 2007) staat voor ongeveer 95% van de uitvoer, 80% van de fiscale inkomsten en een derde van het Nigeriaanse BBP. Het geschatte peil van de reserves zou 35 miljard vaten zijn volgens de OPEC, maar is de laatste jaren gestegen dankzij het zoeken naar fossiele brandstoffen offshore.

De olie is licht en zwavelarm, dit maakt dat de Nigeriaanse olie goed is voor de productie van brandstof en legt uit waarom de koersen minder seizoenvariaties kennen dan olie van bijvoorbeeld Saoedi-Arabische oorsprong.

Het grootste deel van de productie ligt in kleine beddingen (minder dan 50 miljoen vaten) in de zone van de Niger Delta maar nieuwe voorraden werden onlangs in offshore beddingen in de golf van Guinee ontdekt. Joint ventures leveren 95% van de productie. De belangrijkste van hen is door Shell gedomineerd en produceert tot 50% van de nationale productie. De situatie in de producerende regio's in het zuiden is bijzonder onstabiel met een groeiende onveiligheid en dit vooral sinds eind 2003. Dit is veroorzaakt door de plaatselijke gemeenschappen die een deel van de olie-inkomsten opeisen en het verschijnen van plaatselijke "warlords" die de oliebedrijven brandschatten en olie smokkelen. Volgens de Nigerian National Petroleum Company (NNPC) zouden die onlusten een productiedaling met ongeveer 25% in 2006 tot gevolg hebben gehad.

De laatste jaren heeft Nigeria mede onder druk van het IMF stappen genomen om de economie te hervormen. De hervormingen gebeuren naar het model van de IMF zoals vormgegeven in het PRGF (Poverty Reduction and Growth Facility for fiscal and monetary management). Hiertoe werd het NEEDS (National Economic Empowerment Development Strategy) programma opgezet.

De voornaamste punten hierin zijn:

Het dereguleren en liberaliseren van de markt

Het moderniseren van het bancaire systeem

Privatiseren van inefficiënte overheidsinstellingen

Het matigen van lonen

Regionale onrusten in verband met oliewinning oplossen

Het tegengaan van corruptie

Het stimuleren van export buiten de olie-industrie

Het verminderen van buitenlandse schuld

Geleidelijk liberaliseren van importen en harmoniseren van tarieven met ECOWAS.

Vereenvoudigen van kredietverlening aan de private sector. Onder andere door garant te staan voor kleine en middelgrote bedrijven.

�

1.2.2. Conjuncturele indicatoren

Inflatie

De gemiddelde inflatie is tot 5,4% gedaald in 2007, gesteund door de daling van de prijs van voedingsproducten en de verbetering van het muntbeleid. Ondanks die verbeteringen, zal het overschot van liquiditeiten veroorzaakt door de stijging van de olieprijs op de Internationale markt een serieuze uitdaging vormen voor de centrale bank van het land voor de periode 2008-2009. Er wordt op een inflatie van 7,4% in 2008 en 7,9% in 2009 gerekend.

Groei

Het BNP is naar schatting met 5,8% in 2007 gegroeid en de sterke verhoging van de offshore olieproductie toegevoegd aan de verhoging van de olieprijzen zou de groei tot 7,4% laten verhogen dit jaar en dit ondanks de onlusten in de Delta.

1.2.3. Structurele indicatoren

Werkloosheid

De werkloosheid in Nigeria is hoog. De regering heeft het scheppen van werkgelegenheid tot prioriteit verklaard en de particuliere sector wordt gestimuleerd om een actievere rol te spelen in de verbetering van de economische situatie van het land. Op grote schaal worden overheidsbedrijven geprivatiseerd, onder meer op het gebied van energie en telecommunicatie. Dit wordt beschouwd als een eerste stap in het opbreken van de slecht functionerende overheidsmonopolies in het land.

Handelsbalans

De Nigeriaanse economie heeft de laatste jaren een positieve handelsbalans. Dit is met name te wijten aan de inkomsten uit olie-exporten en uit een steeds hoger wordende prijs per barrel olie.

Bron: De Wereldbank, Nigeria at a glance, 28/09/2007, online beschikbaar op: http://devdata.worldbank.org/AAG/nga_aag.pdf

Schuldsanering

Na het tekenen van een overeenkomst met het IMF in 2000, kreeg Nigeria een voorstel tot schuldsanering van de Club van Parijs. De Club van Parijs is een samenwerkingsverband van een aantal ontwikkelde landen die streven naar schuldsanering van de minst ontwikkelde landen.

Nigeria kon niet voldoen aan de verplichtingen die bij het voorstel hoorden en trok zich in 2002 terug uit de overeenkomst. Daarmee was schuldsanering ook van de baan. Toch kreeg Nigeria in 2005 goedkeuring voor kwijtschelding van schulden. Zij moesten eenmalig 12 miljard afbetalen en zij ontvingen een kwijtschelding van 18 miljard. In totaal hebben zij dus 30 miljard af kunnen lossen. Hiermee is de buitenlandse schuld van Nigeria nagenoeg verdwenen. Sommige landen waren tegen de schuldsanering omdat ze van mening waren dat er te weinig gedaan was aan de bestrijding van corruptie.

Hedendaags is Nigeria weeral verbonden aan nieuwe, voor het merendeel Aziatische, geldschieters, zoals China, Korea en Maleisië.

1.3. Samenwerkingsverbanden

Nigeria neemt onder andere deel aan de volgende aantal samenwerkingsverbanden:

Koyoto, ACP, OPEC, IMF, ECOWAS, G24, G77, WHO, WTO, VN UNCTAD

Ecowas is een organisatie die streeft naar samenwerking van een aantal Afrikaanse landen. Zij streven naar een gemeenschappelijke munt. Ze hebben vorderingen gemaakt met het invoeren van een gemeenschappelijk paspoort. Verder hebben ze toegezegd elkaar te helpen op het gebied van defensie.

De ACP overeenkomst is een initiatief van Europa. Zij hebben een overeenkomst getekend met een aantal onderontwikkelde landen. Doel van deze overeenkomst is het terugdringen van armoede door het bevorderen van ontwikkeling in deze landen en hun toegang bieden tot de wereldeconomie. De EU heeft de ACP landen de afgelopen jaren eenzijdig handelsvoordelen gegeven en hen financieel ondersteund door middel van ontwikkelingsprojecten. Vanaf 2008 komen alle handelsbarrières tussen de ACP-landen en de EU te vervallen.

De G77 zijn een los samenwerkingsverband tussen ontwikkelingslanden. Deze samenwerking heeft als doel om bij de Verenigde Naties één stem te laten horen om zo meer macht te krijgen. De G24, een deel van deze groep, beschermt hun belangen in hun contacten met de IMF en de Wereldbank.

Sinds 1971 is Nigeria lid van de Organisatie van Olie Exporterende Landen (Engels: Organization of the Petroleum Exporting Countries, OPEC). Dit is een samenwerkingsverband van twaalf landen die sterk van de olie-inkomsten afhankelijk zijn. OPEC vormt in feite een kartel, dat door het veranderen van het aanbod van olie de prijs daarvan kan sturen. De deelname aan de OPEC landen heeft een behoorlijke invloed op de economie in het land. Ten eerste moet Nigeria zich houden aan de exportquota die zijn opgelegd door de OPEC. Verder is vereist in de OPEC dat de overheid een meerderheidsbelang heeft in de oliewinning. Daarom moeten oliemaatschappijen die olie willen winnen een joint-venture aangaan met de overheid. Nigeria heeft altijd een meerderheidsbelang in deze joint-ventures. Het dagelijks bestuur is in handen van de oliemaatschappijen.

1.4 Handelsstructuur

Nigeria heeft de typerende handelsstructuur van een ontwikkelingsland: één zeer belangrijk uitvoerproduct (aardolie), waarvan de deviezentoevoer bijna geheel afhankelijk is en onbewerkte delfstoffen als uitvoerproducten. Daartegenover moeten machines, afgewerkte fabricaten en consumptiegoederen ingevoerd worden. Na aardolie is cacao Nigeria's tweede uitvoerproduct. Verder is er ook nog palmolie en -pitten, rubber en katoen. Er wordt uitgevoerd naar de Verenigde Staten, Brazilië, Spanje, Frankrijk, Nederland, Duitsland, Italië. De invoer bestaat voornamelijk uit machines en apparatuur, consumptiegoederen, grondstoffen en halffabricaten. Leveranciers zijn Groot-Brittannië, Duitsland, Frankrijk, Italië, de Verenigde Staten en Nederland.

Import/export Nigeria is de belangrijkste economische partner van talrijke West-Afrikaanse landen (Tsjaad, Benin, Niger,...). Olie staat in voor ongeveer 95% van de uitvoer, wezenlijk naar de VS en EU, gevolgd door cacao. Het register van de invoer is meer gevarieerd: werktuigmachines, voedingsproducten en vee, chemische producten.

België en Nigeria Anno 2007 is Nigeria de tweede invoerder van Belgische producten in de Sub-Sahara regio (7,3%) na Zuid-Afrika. De import vanuit Nigeria naar België is zwak en vertegenwoordigt maar 0,9% van alle import vanuit Afrika. België voert machines, chemische producten, metaal en vervoermateriaal naar Nigeria maar ook geraffineerde olie uit. In augustus 2007 vertegenwoordigde dit meer dan 40% van de Belgische uitvoering naar Nigeria (188.000.000 EUR tegen 108.000.000 EUR in 2006). De commerciële balans is altijd gunstig geweest voor België, in het bijzonder de laatste jaren gezien de substantiële verhoging van de export in 2006 en 2007. Sommige elementen vertragen de handel tussen beide landen: de gerechtvaardigde voorzichtige houding van de Belgische bedrijven wegens gevallen van niet-betaling of commerciële geschillen. Belgen zijn ook vaak slachtoffers van 419-fraude, frauduleuze mails met doel om de geadresseerde te bestelen. In zijn jaarlijkse verslag "Doing Business" rangschikt de Wereldbank Nigeria op de 108ste plaats op een totaal van 178 landen.

Zoals uit de taarten blijkt bestaat de huidige toestand erin dat het economische kompas voornamelijk gericht is naar de US. We zien dat Japan en Brazilë opkomen als grote handelspartners en dat de EU terugvalt qua belangrijkheid maar nog steeds in de top 3 blijft.

1.5. Vooruitzichten

De belangrijkste uitdagingen voor de toekomst blijven het stimuleren van de groei en werkgelegenheidscreatie. Het terugdringen van corruptie, een efficiënter gebruik van de overheidsfinanciën, verdere privatisering. Het aantrekken van buitenlandse investeerders zijn de belangrijkste elementen om die doelstelling te bereiken. Ook is het nodig dat een land als Nigeria haar economie verder diversifieert. Dit om volledige onafhankelijkheid te bekomen van de olie.

Marktontwikkelingen Een nieuwe partij op de Nigeriaanse oliemarkt is China. De president van China heeft een oliecontract afgesloten met de Nigeriaanse overheid. In ruil voor 4 miljard euro aan investeringen is het Chinese oliemaatschappijen toegestaan om te zoeken naar olie in Nigeria. Perspectieven Olie blijft nog steeds verreweg de minst risicovolle sector in Nigeria, vooral voor toeleveringsbedrijven en ingenieursbureaus die direct met de internationale oliemaatschappijen werken. De investeringen zullen de komende jaren alleen maar toenemen. Shell is de grootste investeerder in het land. Het betreft hier vooral investeringen in de opkomende gassector (die naar verwachting de oliesector gaat overtreffen) en 'shallow- en deep-offshore'.

Conclusie

Nigeria is een land met vele natuurlijke hulpbronnen. Zowel voor de mijnbouw als voor de landbouw. Toch is er in het land grote armoede. Een groot probleem is het zwakke bestuur en de corruptie. Hierdoor komen de randvoorwaarden voor economische groei niet goed van de grond. Ook de onrust onder de bevolking vormt een risico voor de stabiliteit van het bestuur. De regering heeft nu wel een hervormingsprogramma opgesteld (NEEDS) en de economie groeit. Helaas komen de opbrengsten daarvan niet voldoende ten goede aan de bevolking. Daarnaast zijn milieuproblemen een gevaar voor de natuur in het land en de gezondheid van de bevolking. Nigeria heeft plannen om deze problemen aan te pakken maar heeft moeite met de implementatie hiervan. Zou Nigeria dan toch beter af geweest zijn zonder olie? Kunnen we spreken over de dodelijk olie van Nigeria? Was olie voor Nigeria meer een vloek dan een zegen? Wat als de olie in Nigeria op is? Op welke punten zou Nigeria zich moeten versterken?

HOOFDSTUK 2: Diversificatieanalyse

2.1. Nigeria's Europese handelspartners

2.1.1. Algemene introductie in de Handelsdata

In 2003 bedraagt de totale invoer in de EU uit Nigeria 6,22 miljard EUR. Dit is in verhouding tot het BNP van Nigeria dat in 2002 113,5 miljard US dollars toch een redelijk deel is. De Europese uitvoer naar Nigeria in 2003 is ongeveer 5,42 miljard EUR. De Unie exporteert dus minder naar Nigeria dan dat het invoert van Nigeria.

In het jaar 2005 ligt de waarde van de totale Europese invoer uit Nigeria rond 8,40 miljard EUR, wat beduidend meer is dan de invoer in 2003. Om precies te zijn is de invoer in absolute termen met 35% gestegen. Aangezien het BNP in 2004 125,7 miljard US dollars bedraagt, merken we dat de EU hier een redelijk deel van voor zijn rekening neemt. Het is te verwachten dat de uitvoer naar Nigeria in 2005 zal zijn gestegen, omwille van de meerwinsten en de betere handelsrelaties. De uitvoer bedraagt in 2005 6,21 miljard EUR. Het is zo dat Europa in principe een structureel handelsbalanstekort heeft t.o.v. Nigeria.

2.1.2. Landentotalen

In dit onderdeel zal men aan de hand van de A-tabel trachten na te gaan welke de voornaamste Europese handelspoorten zijn van Nigeria. In 2003 zijn Spanje, Frankrijk, Nederland, Duitsland, Portugal en Italië de belangrijkste handelspartners. Spanje is duidelijk de grootste afnemer met een invoer uit Nigeria ten belopeeer dan 3/5 van de totale invoer van Marokkaanse producten in Europa. ��������������������������������������������������������� van 2,00 miljard EUR, hetzij bijna 1/3 van de totale EU-invoer. Frankrijk en Nederland volgen met een invoer ter waarde van respectievelijk 1,24 en 0,69 miljard EUR. Samen zijn bovengenoemde landen verantwoordelijk voor 63,24% van de totale invoer van Nigeriaanse producten in Europa.

In 2005 is niet veel veranderd en zijn Spanje, Frankrijk, Portugal, Nederland, Duitsland en Italië nog steeds de voornaamste handelspartners, met Spanje - die goederen invoert ter waarde van 3,11 miljard EUR - als grootste afnemer. In Spanje is de invoer in absolute termen gestegen tot 1,1 miljard EUR oftewel met meer dan 50%. De invoer van Portugal wordt gekenmerkt door een stijging van in 0,30 miljard EUR en hierdoor springt Portugal over Nederland en Duitsland. Portugal wordt zo de 3e grootste invoerder van Nigeriaanse producten van de EU. De dominantie van Spanje en Portugal als handelspartners kunnen we toewijzen aan het feit dat sinds 1472 de Portugezen dit gebied al kenden en ze samen met de Spanjaarden slaven invoerden vanuit Nigeria.

Tabel 2.1 Vergelijking van de totale invoer van de 3 belangrijkste handelspartners van Nigeria (x1000 EUR)

LAND

2003

LAND

2005

Spanje

Frankrijk

Nederland

2.009.565,07

1.239.378,47

687164,75

Spanje

Frankrijk

Portugal

3.111.242,20

1.236.782,31

968.696,98

TOTAAL

3.936.108,29

(63,24% van de totale invoer in de EU)

TOTAAL

5.316.721,49

(63,31% van de totale invoer in de EU)

Grafiek 2.1 Vergelijking van de totale invoer uit Nigeria van alle EU landen (x1000 EUR)

2.1.3. Landenpercentages

Distributietabel B/1 geeft de ruimtelijke verdeling weer over de EU van de Nigeriaanse invoer, d.i. een horizontale analyse. Meer bepaald vindt men in deze tabel de percentages die men bekomt, door het quotiënt te berekenen van de totale invoer in een Europees land en de totale invoer in de EU vanuit Nigeria. Net zoals uit de A-tabel kan men hieruit opmaken dat Spanje met 32,29% dé grootste handelspartner is van Nigeria. Frankrijk staat weer op de tweede plaats met 19,91%, en Nederland komt hierna met 11,04%. Maar liefst 63,24% van de Europese invoer uit Nigeria komt terecht in deze drie landen. Derhalve kunnen we besluiten dat zij de 'main traders' zijn van Nigeria. Misschien is het interessant in dit onderdeel ook ons klein landje België te situeren. Met 1,32% staat België op de negende plaats van de ranglijst van Europese invoerders van Nigeriaanse goederen, na Spanje, Frankrijk, Nederland, Duitsland, Italië, Portugal, Groot-Brittannië en Oostenrijk .

In het jaar 2005 is Spanje met 37,05% nog steeds de belangrijkste handelspartner van Nigeria. In de A-tabel werd voordien vastgesteld dat de invoer in Spanje vanuit Nigeria in absolute waarde is toegenomen. We wisten ook dat de totale invoer in de EU gestegen was, maar hier zien we dat de stijging van de invoer van Nigeriaanse producten in Spanje nog groter was dan de stijging van de invoer van Nigeriaanse producten in de EU. En inderdaad als men tabel-B/1 beschouwt ziet men dat Spanje in 2005 een gewicht heeft van 37,05%, wat 4,76% meer is dan in 2003. De bevindingen m.b.t. Frankrijk zijn ook het bezien waard. Hoewel we in de A-tabel slechts een daling van 0,002 miljard euro vinden van 2003 naar 2005 toe, merken we in de B-tabel toch een daling van meer dan 5%. Dit kunnen we verklaren doordat de invoer van Nigeriaanse producten in de EU significant is gestegen. Hoewel de invoer van Nigeriaanse producten in Frankrijk maar een klein beetje is gedaald zal deze daling hierdoor wel doorwegen in de B-tabel.

België behoudt met 0,89%, dezelfde negende plaats als in 2001.

2.1.4. Gekozen product

Het product dat in dit onderdeel in detail zal worden behandeld is 'mineral fuels and oils', dat het grootste aandeel heeft in de sectie 'Minerals'. In 2003 is Spanje met 36,02% dé belangrijkste Europese invoerder van Nigeriaanse olie, gevolgd door Frankrijk met een 21,13% en Portugal met 12,17%. Dit maakt dat voor de groep 'Minerals' Spanje de 'main trader' is, aangezien het hoofdzakelijk de 'mineral fuels and oils' zijn van die afdeling die ingevoerd worden. We zien ook dat de top 3 van handelspartners met Nigeria niet dezelfde top 3 handelspartners zijn van olie. België zelf voert 0,00% in van de sectie 'minerals'.

In 2005 neemt Spanje 40,13% van de invoer van Nigeriaanse olie voor haar rekening. Deze lichte stijging verklaart dus deels de toename van de Spaanse invoer uit Nigeria in 2003 t.o.v. 2005. Frankrijk voert nu slechts 14,28% olie in, gevolgd door Portugal met 12,56%. De top 3 invoerders van Nigeriaanse olie zijn dus dezelfde gebleven. Voor het jaar 2005 kunnen we zeggen dat de top 3 handelspartners met Nigeria dezelfde top 3 handelspartners zijn van olie.

Grafiek 2.2 Vergelijking van de EU-invoerders van Nigeriaanse olie

2.1.5. Ruimtelijke verdeling van de invoer

Volgende sectie steunt op twee tabellen, namelijk op de B/1 en de B/2 tabel. Deze laatste geeft de verschillen tussen de ruimtelijke verdeling van een afzonderlijk product en die van de hele EU-handelskorf. Positieve afwijkingen doen zich voor als een product relatief meer door één welbepaalde EU-partner wordt ingevoerd, vergeleken bij het gewicht van die partner in de hele Europese Unie. De afwijking kan maximaal 100 zijn, in het geval dat alle invoer via één partner geschiedt die een "nul-gewicht" in de EU vertoont. Het totaal van de positieve afwijkingen is gelijk aan het totaal van de negatieve afwijkingen, daar een land zich niet kan specialiseren zonder dat een ander ondervertegenwoordigd is.

In 2005 is Duitsland met 71,58% uitzonderlijk sterk in de EU-invoer van 'edelstenen en juwelen'. Dit brengt een positieve afwijking van 63,00% tot stand. Spanje is met 40,13% dominant in de distributie van de 'Minerals' waar het zoals hiervoor vermeld, voornamelijk gaat om mineral fuels and oils. De productgroepen 'food and headweart' en 'plastics and rubber' leveren Spanje eveneens een belangrijke positie in de Europese invoer. De afwijkingen van Spanje zijn grotendeels negatief aangezien deze kleine procentjes niets zijn vergeleken met het gewicht van het Spanje (37,05%) in de Unie.

Met 0% van de invoer zijn Duitsland en Spanje het meest ondervertegenwoordigd in de productgroep 'wapens en ammunitie', wat vooral voor bij Spanje leidt tot een aanzienlijke negatieve afwijking. Merkwaardig zijn de resultaten van het Verenigd Koninkrijk dat in deze afdeling met 100% een al overheersend importpercentage blijkt te vertonen. Dit resulteert in een positieve afwijking van maar liefst 97,32%. Overigens is er geen enkele productgroep waar het VK niets van exporteert en pikt het overal wel een aantal procenten mee van de invoer uit Nigeria. Dit kunnen we dan weer toewijzen aan het feit dat de Engelsen Nigeria lang hebben gekoloniseerd. Wat wel merkwaardig is, als we even terugkijken naar 2003 zien we dat er helemaal geen handel is geweest in 'wapens en ammunitie'. Hieruit kunnen we concluderen dat er in 2005 een eenmalige grote bestelling is geweest van de UK in Nigeria van wapens of munitie.

2.1.6. Product Diversificatie Index of PDI

De 'Product Diversificatie Index' of kortweg PDI is in principe niet meer dan een optelsommetje resulterend uit de gevonden afwijkingen van tabel B/2. De PDI kan op volgende manieren berekend worden:

PDI = 100 - som van de positieve afwijkingen

PDI = 100 + som van de negatieve afwijkingen

Hoe kleiner de diversificatie-index, des te meer 'specialisatie' er optreedt voor de desbetreffende productafdeling t.o.v. de gemiddelde EU-korf. Zo kan het voorkomen dat bij een zeer lage diversificatie-index, een lokale trader gelokaliseerd wordt die mogelijk in één bepaalde productgroep gespecialiseerd is. Een hoge PDI geeft aan dat de verdeling van een product over de EU nagenoeg overeenkomt met het globale gewicht van Nigeria over de EU, men spreekt dan van 'diversificatie'.

Voor 2003 kunnen we concluderen dat Nigeria het meest gespecialiseerd is voor de productgroep 'chemicals' met een PDI van 10,75% en het meest gediversifieerd is voor de productgroep 'minerals' met een PDI van 92,86%.

Het eerste wat opvalt in 2005 is de PDI van 2,68% voor de productgroep'wapens en ammunitie', wat duidt op een uiterst hoge specialisatiegraad. Bij nader inziens blijkt dat het VK het enige land is dat deze producten invoert, zoals al geconcludeerd in vorige paragraaf. Meer bepaald kan enkel voor het VK een positieve afwijking vastgesteld worden wat betreft de afdeling 'wapens en ammunitie', wat van deze partner een 'lokale trader' maakt. Een verdere toelichting kan geboden worden aan de hand van de A-tabel. Hieruit blijkt namelijk dat het gevonden resultaat kan gerelativeerd worden, daar het maar gaat om 1.340.350 EUR, wat een klein bedrag is in vergelijking met de totale Nigeriaanse invoer in de Unie. Wat de 'mineralen' betreft, kan men besluiten dat de PDI - die gelijk is aan 95,23% - duidt op een relatief lage specialisatiegraad. We kunnen dus concluderen dat de handel in deze productgroep vrij gediversifieerd is over de verschillende EU-landen.

Men kan besluiten dat de product diversificatie-indexen over 2003 en 2005 niet veel significante wijzigingen zijn ondergaan, en dus nagenoeg gelijk zijn gebleven. Enkel een vermeldenswaardige toename van de PDI voor de afdeling 'fats and oils' valt op, van 30,88% naar 15,83%. Deze productgroep wordt dus meer gespecialiseerd. Ook de productgroep 'wapens en munitie' is vermeldenswaardig zoals hierboven al besproken.

2.1.7. Conclusie

Frankrijk, Spanje, Nederland in 2003 en Portugal in 2005 vormen samen de belangrijkste handelspartners van Nigeria, en vertegenwoordigen maar liefst 6/10 van de totale Europese invoer uit Nigeria. Wat het gekozen product betreft - olie - profileert Spanje zich als de "maingate".

�

2.2. Vergelijkende analyse met Niger

2.2.1. Algemene introductie in de Handelsdata

De totale invoer in de EU uit Niger bedraagt in 2003 een kleine 144 miljoen EUR. Dit is slechts 2,3% in verhouding tot de import uit Nigeria. In 2002 beloopt het BNP van Niger 8,8 miljard US dollars. De Europese uitvoer naar Niger ligt met 191 miljoen EUR hoger dan de invoer, maar het blijft nog steeds significant minder dan de handel met Nigeria. Logischerwijze kan het besluit getrokken worden dat de EU sterkere commerciële banden heeft met Nigeria dan met Niger. De verklaring hiervoor is niet ver te zoeken. De economie van Niger is onderontwikkeld, het is een van de armste landen van de wereld. De handel van Niger drijft vooral op veeteelt. De olie die Nigeria als grote troef heeft vinden we bij Niger niet terug.

In 2005 is de waarde van de totale Europese invoer uit Niger gestegen tot 245 miljoen EUR. Ten opzichte van 2003 is dit een stijging van meer dan 16%, wat vrij significant is. In 2004 bedraagt het BNP van Niger 9,716 miljard US dollars. We zien dus een verbetering van de economie van Niger. Dit laat zich ook blijken in een stijging van de import in Niger van producten uit de EU , deze bedraagt in 2005 238 miljoen EUR.

2.2.2. Landentotalen

Frankrijk is met 131 miljoen EUR in 2003 en 241 miljoen EUR in 2005 de belangrijkste Europese handelspartner is van Niger. Europese invoer uit Niger is dus geconcentreerd bij Frankrijk.

2.2.3. Landenpercentages

Net zoals in sectie 2.1.3 zal ook hier de B/1-tabel gebruikt worden, om de distributie van de Nigerse uitvoer naar de Unie in percentages te analyseren. Ons valt direct op dat Frankrijk in 2003 voor 91,10% en in 2005 zelfs voor 98,49% voor de export van Niger naar de Europese Unie instaat, wat zeer opmerkelijk is. Frankrijk is dus de zo goed als enige echte importeur van Nigerse producten.

Bijgevolg kunnen we besluiten dat Frankrijk de 'main trader' is van Niger.

Hoewel Frankrijk in Nigeria ook bij de "main traders" stond, moeten we toch wel zeggen dat Nigeria en Niger hierin verschillen aangezien de concentratie bij Niger véél groter is dan bij Nigeria.

2.2.4. Gekozen product

Het grote verschil tussen Niger en Nigeria is dat we geen olie terugvinden bij Niger. In 2003 neemt in de sectie 'minerals' het hoofdstuk "ores, iron/metal scrap" het grootste aandeel in. Dit wordt voor 99,71% ingevoerd door de UK en dit maakt de UK dus tot de main trader. In 2005 koopt Frankrijk, als dé belangrijkste handelpartner van Niger, terug de volle 100% van de sectie "minerals" op.

We merken wel op dat van de sectie "chemicals" het hoofdstuk "inorganic chemicals" zowel in 2003 als in 2005 meer dan 90% instaat voor de import van Nigerse producten in de EU-landen. Hoogstwaarschijnlijk kunnen we dit toewijzen aan het uranium, aangezien Niger de op 3 na grootste producent van Uranium is.

We kunnen dus concluderen dat daar waar Nigeria zich heeft gespecialiseerd op olie, Niger zich heeft gespecialiseerd op uranium maar hier wel veel kleinere inkomsten uit haalt.

2.2.5. Ruimtelijke verdeling van de invoer

Voor dit onderdeel zal weer gebruik worden gemaakt van de tabellen B/1 en B/2. Deze geven telkens de ruimtelijke verdeling weer van een afzonderlijk product en de afwijkingen hiervan t.o.v. de gewichten van de partners in de EU-handelskorf.

In 2003 is Frankrijk met 91,10% bijzonder sterk in de EU-invoer. Maar toch blijft na aftrek van Frankrijks gewicht er een positieve afwijking voor de secties: "Chemicals" en "Precious stones and cement". Frankrijk vertoont voor de rest alleen nog maar negatieve afwijkingen maar dit is natuurlijk te verklaren door het hoge gewicht van Frankrijk in de EU-handelskorf. Men kan besluiten dat Frankrijk de belangrijkste 'gate' is wat de invoer van chemicals en precious stones and juwels betreft. Opvallend is het feit dat vele EU-landen simpelweg niets invoeren uit Niger.

Als we dan gaan kijken naar de A-tabel merken we ook dat buiten de chemicals en precious stones, die overigens zo goed als allemaal naar Frankrijk gaan, de overige secties niet echt van grote waarde zijn. We kunnen dus het feit dat vele EU-landen simpelweg niets invoeren uit Niger verklaren aan de zegswijze van Prof. Claessens Evrard: "Voor een doos bananen gaat een vliegtuig niet landen".

2.2.6. Product Diversificatie Index of PDI

Het eerste wat opvalt in 2003 is de PDI van 1,46% voor de afdeling 'voeding', wat op een uiterst hoge specialisatiegraad duidt. Hieruit kunnen we afleiden dat Italië vrijwel een monopolie vertoont voor deze groep. Als we verder gaan kijken naar de hoofdstukken zien we dat het de cacao en cacaobereidingen zijn die Italië opkoopt. Over de invoer van 'wapens en ammunitie' kan bij Niger, net zoals bij Nigeria in 2003, niet gesproken worden. Wat de PDI's van het gekozen product betreft vertonen de twee landen uiterst verschillende resultaten. In Niger kan er niet gesproken worden van "mineral fuels and oils". Over Nigeria kunnen we zeggen dat het chapter "mineral fuels and oils" heel erg gediversifieerd is volgens hun aandeel in de totale import.

Vergelijking PDI 2003

Nigeria

Niger

1

Agri-dierenrijk

47,94%

71,90%

2,39%

64,69%

39,44%

62,28%

6,24%

75,95%

N/A

67,49%

N/A

72,29%

N/A

41,63%

6,24%

62,60%

N/A

65,31%

N/A

81,90%

2

Agri-plantenrijk

39,95%

18,08%

68,77%

59,82%

3

Vetten en oliën

30,88%

N/A

N/A

77,17%

N/A

42,03%

N/A

N/A

43,29%

69,34%

4,88%

68,14%

7,29%

56,34%

N/A

60,09%

N/A

44,81%

N/A

26,61%

4

Voeding

38,64%

1,46%

8,33%

57,95%

46,17%

54,27%

42,16%

40,50%

5

Mineralen

27 mineral fuels and oils

92,86%

92,68%

5,22%

N/A

37,05%

40,08%

57,73%

48,49%

30,34%

55,49%

N/A

79,81%

37,05%

78,59%

46,69%

48,51%

20,24%

68,48%

3,44%

37,52%

2,39%

N/A

N/A

74,71%

40,13%

74,93%

6

Chemie

10,75%

94,94%

31,01%

65,93%

38,47%

52,47%

7

Plastics en rubber

69,22%

41,65%

7,04%

47,72%

45,80%

69,07%

N/A

54,96%

8

Huiden

41,17%

3,92%

37,81%

51,29%

37,05%

39,29%

N/A

81,59%

9

Hout

20,26%

22,30%

N/A

47,23%

37,05%

66,38%

42,90%

52,18%

10

Papier en pulp

17,08%

6,99%

N/A

45,47%

N/A

55,50%

N/A

43,85%

N/A

68,91%

41,16%

72,19%

N/A

63,72%

N/A

70,38%

44,78%

23,18%

3,44%

66,87%

N/A

68,22%

N/A

59,40%

43,21%

84,27%

41,35%

84,11%

18,84%

55,85%

11

Textiel

35,51%

12,55%

37,05%

64,77%

2,39%

63,62%

N/A

29,71%

N/A

34,45%

12

Schoenen en hoofddeksels

36,90%

27,23%

3,15%

62,57%

38,96%

49,39%

40,12%

63,13%

13

Stenen en cement

29,14%

36,07%

43,03%

48,10%

14

Edelstenen en juwelen

11,87%

92,14%

38,86%

31,66%

43,43%

80,28%

4,88%

65,62%

N/A

27,44%

44,41%

60,46%

N/A

23,19%

N/A

59,34%

N/A

15,62%

N/A

26,90%

47,46%

71,23%

19,85%

68,57%

15

Basismetalen en producten

29,87%

3,85%

54,78%

65,04%

48,11%

59,94%

16

Machines

29,61%

15,97%

1,00%

53,33%

41,43%

76,12%

40,28%

43,74%

43,29%

73,12%

17

Voertuigen

27,79%

4,84%

49,28%

64,95%

38,75%

44,02%

37,05%

65,99%

18

Instrumenten

23,46%

4,31%

37,08%

14,46%

19

Wapens en ammunitie

N/A

N/A

46,89%

78,37%

37,05%

33,80%

37,05%

53,56%

20

Producten sport en spel, meubelen en licht

12,93%

2,05%

38,32%

62,12%

7,72%

25,09%

21

Overigen

14,45%

8,70%

Voor 2005 valt op dat de handel met Niger uiterst gespecialiseerd is voor de productgroep 'schoenen en hoofddeksels' met een PDI van 0,01%. Dit komt doordat Ierland bijna 80% van deze productgroep invoert. 'Schoenen en hoofddeksels' is ook het enige dat Ierland van Niger invoert. Ook de productgroep 'producten sport en spel, meubelen en licht' met een index van 0,07% is uiterst gespecialiseerd met tradingpartners Polen en Malta. Malta voert buiten deze productgroep niets in van Niger en Polen voert enkel nog 'basis metalen en producten' en een te verwaarlozen hoeveelheid papier en pulp van Niger in. Dit terwijl voor Nigeria de PDI's van bovengenoemde productgroepen zeker niet laag zijn. Voor de productgroep mineralen verschillen de resultaten niet significant tussen de landen. De PDI-indexen liggen voor beide landen zeer hoog , vooral voor Niger.

Vergelijking PDI 2005

Nigeria

Niger

1

Agri-dierenrijk

41,31%

5,47%

5,64%

73,14%

10,63%

64,89%

N/A

74,91%

2,18%

77,66%

N/A

25,26%

N/A

N/A

N/A

64,10%

N/A

61,92%

N/A

78,05%

2

Agri-plantenrijk

35,44%

4,50%

N/A

37,70%

3

Vetten en oliën

15,83%

N/A

23,58%

66,13%

50,82%

33,10%

4,99%

7,45%

20,60%

67,32%

51,24%

66,86%

N/A

57,34%

53,42%

55,69%

N/A

36,95%

N/A

3,35%

4

Voeding

40,21%

98,49%

37,39%

62,66%

37,45%

60,82%

27,83%

57,31%

5

Mineralen

27 mineral fuels and oils

95,23%

95,22%

98,49%

98,49%

2,59%

43,44%

47,50%

57,85%

20,01%

54,29%

N/A

69,27%

60,08%

72,41%

54,63%

49,64%

9,07%

71,36%

N/A

65,16%

50,82%

0,61%

0,10%

67,63%

49,60%

11,88%

6

Chemie

27,37%

98,52%

69,69%

78,19%

22,40%

48,29%

7

Plastics en rubber

66,86%

12,80%

5,64%

68,37%

53,67%

77,22%

N/A

32,76%

8

Huiden

26,27%

8,38%

57,12%

44,48%

N/A

40,85%

N/A

83,64%

9

Hout

37,28%

5,74%

N/A

39,92%

7,82%

75,51%

62,85%

54,42%

10

Papier en pulp

20,93%

0,22%

50,82%

68,16%

N/A

72,10%

4,99%

63,50%

N/A

76,09%

5,64%

80,02%

N/A

58,72%

1,19%

73,89%

56,46%

27,19%

2,59%

70,37%

4,33%

50,23%

N/A

67,95%

38,74%

83,00%

52,11%

83,67%

43,03%

77,34%

11

Textiel

42,98%

17,17%

N/A

70,10%

N/A

64,37%

N/A

49,31%

N/A

N/A

12

Schoenen en hoofddeksels

68,65%

0,01%

17,93%

77,02%

56,98%

58,66%

9,61%

59,24%

13

Stenen en cement

45,37%

93,69%

56,15%

50,49%

14

Edelstenen en juwelen

12,90%

98,40%

50,82%

45,74%

56,28%

77,21%

N/A

51,23%

N/A

20,44%

42,62%

68,02%

N/A

33,70%

N/A

80,35%

N/A

7,29%

50,82%

27,84%

62,76%

66,61%

55,77%

65,55%

15

Basismetalen en producten

48,73%

11,60%

58,93%

75,46%

60,37%

75,38%

16

Machines

39,51%

37,19%

50,82%

36,47%

59,75%

78,37%

62,15%

47,62%

46,36%

57,75%

17

Voertuigen

21,61%

46,55%

60,57%

58,65%

50,82%

40,78%

50,82%

58,44%

18

Instrumenten

21,60%

27,30%

51,49%

5,79%

19

Wapens en ammunitie

2,68%

N/A

25,85%

84,27%

50,82%

34,65%

50,82%

60,39%

20

Producten sport en spel, meubelen en licht

36,47%

0,07%

54,46%

62,88%

7,35%

41,54%

21

Overigen

12,07%

7,12%

2.2.7. Conclusie

Niger is een minder belangrijke handelspartner van Europa dan Nigeria. Zoals Nigeria vooral met aardolie handelt, handelt Niger vooral met uranium. We merken ook dat Frankrijk de 'main trader' is van Niger en bij uitstek de grootste koper van Nigerse producten is van de EU-landen. Nigeria heeft meerdere 'main traders' zoals Spanje, Nederland en Portugal.

2.3. De handelskorf

2.3.1. Producttotalen

De productgroep die in 2003 de belangrijkste positie inneemt in de Europese invoer vanuit Nigeria is 'minerals'. Het gaat hier hoofdzakelijk om "mineral fuels and oils". Deze sectie is verantwoordelijk voor een invoer ter waarde van 5,40 miljard EUR. Dit is bijna 90% van de totale invoer in Europa. De volgende groep op de lijst van meest ingevoerde producten uit Nigeria, is die van de 'food'. Deze brengt een omzet tot stand van om en bij de 409 miljoen EUR en bestaat voor het merendeel uit "cocoa and cocoa preparations" naar de Unie. Dit bedrag is al meteen heel wat lager dan dat van de minerals, wat nogmaals het belang van deze laatste productgroep weergeeft.

Het belang van de verschillende producten in de handelskorf heeft in 2005 precies dezelfde volgorde. De productgroep 'minerals' blijft de belangrijkste handelsproducten leveren, gevolgd door 'food'. De subgroepen die in 2003 het belangrijkste waren, zijn het in 2005 nog steeds. Het zeer grote belang van de 'minerals' blijft en is zelfs vergroot tot meer dan 90% van de totale handelskorf. Nigeria heeft m.a.w. in 2003 nog geen pogingen ondernomen om haar handel wat te diversifiëren, teneinde de afhankelijkheid van de sectie 'minerals' te verminderen. Onderstaande tabel vat de bevindingen voor de beschouwde jaren samen.

Tabel 2.3 Vergelijking van de 2 belangrijkste productgroepen uit de handelskorf (in 1000 EUR)

AFDELING

2003

2005

Minerals

Cocoa and cocoa preparations

5.399.104,75

408.855,37

7.623.146,24

326.729,46

TOTAAL

5.807.960,12

(93% van de

handelskorf)

7.949.875,70

(95% van de

handelskorf)

2.3.2. Productpercentages

Voor dit onderdeel zal gebruik worden gemaakt van de C/1-tabel. Deze tabel geeft het gewicht van elk Nigeriaans product in de totale Europese invoer, d.i. een verticale analyse. Meer bepaald vindt men in deze tabel de percentages die men bekomt, door het quotiënt te berekenen van de invoer per product en de totale Europese invoer van Nigeria. Net zoals uit de A-tabel kan men hieruit opmaken dat met 86,75% 'minerals' het grootste aandeel heeft in de invoer. Brengen we deze afdeling tot ontploffing dan zien we dat de subgroep 'mineral fuels and oils' 86,54% en de subgroep 'ores, iron/metal scrap slechts 0,20%. De groep 'food' volgt met een gewicht van 6,57% in de totale Europese invoer.

In het jaar 2005 levert de sectie "minerals" met 90,77% nog steeds de belangrijkste bijdrage aan de invoer vanuit Nigeria, hoewel de food lichtjes is gedaald. Men kan zoals in de vorige sectie besluiten dat in 2005 de samenstelling van de handelskorf niet significant is veranderd.

2.3.3. Gekozen land

Tabel C/1 laat ook toe om de handelskorf voor elke EU-lidstaat afzonderlijk te analyseren. De Spaanse importactiviteit zal in dit onderdeel nader bekeken worden. Enerzijds omdat het de eerste Europese handelspartner is van Nigeria, anderzijds omdat het de belangrijkste invoerder is van minerale brandstoffen en olie.

In 2003 zijn de meest ingevoerde Nigeriaanse producten afkomstig van de afdeling 'minerals', dat 96,55% van de totale Spaanse invoer belichaamt. In tegenstelling tot de samenstelling van de handelskorf voor de gehele Unie, zijn voor Spanje de 'hides' de tweede belangrijkste invoerstroom met 2,29%.

In 2005 wordt de sectie 'minerals' zelfs nog groter tot 98,33%. De sectie 'hides' verkleint tot 0,67%.

Tabel 2.4 Vergelijking van de Spaanse invoer van de 2 belangrijkste productgroepen

AFDELING

2003

2005

Minerals

96,55%

98,33%

Hides

2,29%

0,67%

TOTAAL

98,84%

99,00%

2.3.4. Specialisatie

Wanneer men de handelskorf van een bepaald land vergelijkt met die van de EU, kan men afleiden of de beschouwde lidstaat zich al dan niet specialiseert in een bepaald product. Men dient hiervoor het gewicht van dat product binnen de EU korf af te trekken van de overeenkomstige waarde voor een specifieke partner. De uitkomsten zijn weergegeven in de C/2-tabel die voor dit onderdeel zal worden gebruikt. Een positieve waarde betekent dat het beschouwde land relatief meer invoert van dat product dan het Europees gemiddelde.

Voor de eerste Europese handelspartner van Nigeria, Spanje, geeft de C/2-tabel van 2003 1 duidelijke positieve waarde, deze voor de 'minerals' met een positieve waarde van 9,80%. Dit betekent dat de 'minerals' een zwaarder gewicht hebben in de Spaanse invoer tegenover de Europese.

In 2005 blijven de afwijkingen voor Spanje nagenoeg gelijk. Een opzienbarende wijziging in de positie van een bepaald product(groep) in de invoer uit Nigeria is er aldus niet. Het enige wat mij sterk opvalt is dat België voor sectie 'Food' een positieve afwijking heeft van 71,17%. Nemen we dit beter onder de loep dan zien we dat dit vooral komt van de subgroep 'cocoa and cocoa preparations'. Hier zien we dus dat cacao een veel zwaarder gewicht heeft tegenover de Belgische invoer van Nigeriaanse producten dan tegenover de Europese invoer van Nigeriaanse producten.

2.3.5. Landen Diversificatie Index (LDI)

De landendiversificatie index geeft de mate waarin een handelskorf van een land verschilt van de handelskorf van de EU. Is deze waarde hoog, dan sluit de handelskorf van het desbetreffende land dicht aan bij de samenstelling van de globale handelskorf. Dit zal vooral het geval zijn voor de belangrijkste handelspartners, omdat zij in feite de globale Europese handel domineren.

Deze laatste veronderstelling wordt een feit wanneer men voor 2003 de LDI bekijkt van de twee belangrijkste handelspartners, namelijk Spanje en Frankrijk. Zij vertonen beiden indexen in de 90%, respectievelijk 90,05% en 91,88%. Hier kan men dus besluiten dat de handelskorven van Spanje en Frankrijk sterk overeenkomen met de Europese handelskorf, en dat de verklaring hiervoor te vinden is in de sterke handelsrelaties met Nigeria. De derde handelspartner, Nederland, heeft een landendiversificatie index van 73,60%. Dit is een stuk lager dan de vorige partners en betekent dat de Nederlandse handelskorf iets anders is samengesteld dan die van de gehele Unie. Dit doet niets af aan het belang van Nederland als handelspartner, hier gaat de analyse enkel over het belang van de producten. Simpel gesteld, Nederland voert relatief veel in van Nigeria t.o.v. de andere partners, maar het gaat soms om andere producten dan in de handelskorf van de EU. In 2005 stijgt de LDI voor alle drie de handelspartners tegenover in 2003. Het is interessant ook de Belgische handelskorf te situeren, die een LDI levert van iets meer dan 17,02% in 2005. België heeft dus niet echt een handelskorf die aansluit bij die van de EU. Dit kunnen we misschien wijten aan het feit dat België zoveel cacoa invoert.

2.3.7. Conclusie

De meest verhandelde Nigeriaanse producten zijn olie en cacao. Vervolgens is ook vastgesteld dat de B-tabellen en C-tabellen elkaar bevestigen. Spanje is namelijk sterk in de Europese invoer van olie en deze subgroep heeft tevens een belangrijke positie in de Spaanse invoer.

2.4. Vergelijkende analyse van de handelskorf

2.4.1. Producttotalen

Niger heeft geen overvloed aan olie zoals Nigeria. Niger hecht logischerwijze veel belang aan landbouw en veeteelt want deze moeten in een land als Niger de steunpilaar van de economie vormen. Voor de export richt Niger zich vooral op de sectie "Chemicals" zoals eerder gesproken is Niger werelds 3e grootste exporteur van uranium. In jaar 2005 zien we dat de sectie chemicals en de sectie minerals significant groeien.

Tabel 2.2 Vergelijking van de 3 belangrijkste productgroepen uit de handelskorf (in 1000 EUR)

Afdeling

2003

2005

Chemicals

Minerals

Machines

135.661,24

1.612,61

1.512,02

227.787,51

12.188,69

1.765,81

TOTAAL

138.785,87

(96,25% van de

handelskorf)

241.742,01

(98,75% van de

handelskorf)

2.4.2. Productpercentages

De C/1-tabel is niet meer dan een in procenten uitgedrukte bevestiging van de cijfers in de A-tabel. Met andere woorden stelt men ook hier vast dat in 2003 de Nigerse chemicaliën de Europese invoer domineren met 94,09%. We bemerken geen grote veranderingen in 2005. We kunnen dit vergelijken met de mineral fuels and oils bij Nigeria die de Europese invoer domineren met 86,75% in 2003 en in 2005 met 90,77%.

2.4.3. Gekozen land

Uit voorgaande analyses is gebleken dat Spanje geen belangrijke Europese handelspartner is voor Niger, hoewel dit handelspartner nummer één was voor Nigeria. Daarentegen is Frankrijk wel een belangrijke handelspartner voor beiden. Voor Niger is Frankrijk zelfs Euro-partner nummer één. We gaan onderzoeken waaruit de handelskorf dan hoofdzakelijk is samengesteld. Voor het jaar 2003 wordt het grootste aandeel vertegenwoordigd door "chemicals" met 99,31%. Het tweede grootste aandeel wordt vertegenwoordigd door "precious stones and jewels" met 0,30%. Dit verschil is toch wel erg significant.

In 2005 zien we een grote verandering, sectie 5 'minerals' gaat van een vertegenwoordiging van 0,30% naar een vertegenwoordiging van 5,00%. De groep 'chemicals' blijft wel de voornaamste productgroep.

2.4.4. Specialisatie

Aan de hand van de C/2 tabel kunnen we concluderen dat Frankrijk het meest overeenkomt met de EU handelskorf. Dit komt omdat Frankrijk merendeel de EU handelskorf bepaald aangezien Frankrijk praktisch de enige echte grote handelspartner van Niger is.

2.4.5. Landen Diversificatie Index (LDI)

Als we in 2003 naar de drie belangrijkste EU-handelspartners kijken van Niger, namelijk Frankrijk, de UK en Nederland, dan merken we op dat de landendiversificatie index schommelt tussen de 94,77% en 2,76%. Dit grote verschil kunnen verklaren doordat Frankrijk veruit de belangrijkste importeur van Nigerse producten is en bijna alle andere landen wie hun handelskorf niet overeenstemt met deze van Frankrijk zullen een lage LDI hebben. Dit is verschillend met Nigeria die meerdere belangrijke importeurs van de producten hebben.

2.4.6. Conclusie

Nigeria en Niger hebben een verschillende samenstelling van de handelskorf. Dit is logisch daar Niger geen olie heeft en zo zich moet concentreren op andere productgroepen. Zo is voor Niger duidelijk uranium het belangrijkste handelsgoed.

2.5. Overzicht van de diversificatie

2.5.1. Algemene introductie

Nigeria is een belangrijke handelspartner van Europa als we het over olie hebben. Nigeria voert dus vooral olie uit naar Europa. Nigeria zelf importeert daarentegen vooral machines uit Europa.

2.5.2. Toelichting bij de handelsrelaties

De bottom-line van de B/1-tabel geeft duidelijk blijk van de nauwe economische banden tussen Nigeria en haar vroegere kolonisten. Het land Nigeria werd in 1903 een kolonie van Groot-Brittannië maar in Nigeria waren ook al andere Europeanen geweest: Portugezen, Spanjaarden, Hollanders en Fransen. In het begin was het de Britten om slaven te doen. Ze haalden de slaven vooral uit het midden van Nigeria. De bevolking kreeg in ruil voor de slaven geweren. De slavenhandel en de bewapening veranderde de hele samenleving in het zuiden van Nigeria.

Na de industriële revolutie in Europa wilden de Britten niet langer slaven. Ze wilden cacao, rubber en palmolie. Palmolie gebruikten ze als smeerolie voor machines en als grondstof voor zeep.

Noord en zuid waren twee delen, eigenlijk twee kolonies. In het noorden waren ze met cultuur, onderwijs en met economie gericht op de Arabische wereld en ze hadden het Islamitische geloof. In het zuiden waren ze gericht op handel met Europeanen, westers onderwijs en individualisme. Ze groeiden steeds verder uit elkaar. In 1949 waren de Britten langzamerhand van mening dat aan een onafhankelijkheid van Nigeria niet te ontkomen was. Vanwege de verschillen tussen de volkeren in Nigeria werd er een federatie voorgesteld door de Britten die bestond uit drie deelstaten. Elke deelstaat zou een hoge mate van autonomie krijgen. Op hun beurt zouden door de deelstaten vier ministers geleverd worden aan het centrale bestuur. Nigeria werd in 1960 officieel onafhankelijk.

2.5.3. Industriële locatie

2.5.4. Samenstelling handelskorf

De handelskorf vertoont een specialisatie, namelijk olie. De economie van Nigeria is vrijwel volledig afhankelijk van de olieproductie en deze is vrijwel geheel in handen van de Shell. Als gevolg van de oliewinning heeft Nigeria grote milieuproblemen. Door lekkages van olie uit pijpleidingen komt er ruwe olie in de natuur terecht. Delen van het mangrovebos zijn hierdoor verwoest en het drinkwater is vervuild. Een ander probleem is het zogenaamde affakkelen. Bij het winnen van de olie komt aardgas vrij en de "goedkoopste" oplossing voor Shell is het verbranden van dit gas. De lucht wordt daardoor ernstig vervuild, wat ten koste gaat van de gezondheid van de bevolking. De hoeveelheid gas die wordt verbrand is gelijk aan een kwart van het totale verbruik in Groot-Brittannië. Shell zou het gas ook kunnen verwerken tot vloeibaar gas, dat verkocht kan worden, maar dat vergt investeringen. In Europese landen is het verboden om gas te verbranden bij het winnen van olie.

2.5.5. Handelskorf belangrijkste "gates"

In 2003 en 2005 heeft Duitsland een handelskorf die het meest overeenkomt met de Europese (zie 2.3.6.). Spanje daarentegen voert meer olie in dan gemiddeld, wat ook blijkt uit de C/1-tabel.

2.5.6. Specialisatie en concentratie

Concentratie vinden we terug bij Spanje voor de subgroep 'mineral fuels and oils'. Spanje neemt de belangrijkste positie in in de Europese invoer van olie, olie neemt ook de belangrijke positie in de handelskorf van Spanje. Spanje vormt dus voor olie de "mainport".

2.5.7. Specialisatie over de tijd

Over de beschouwde periode is in de specialisatie geen enkele noemenswaardige wijziging opgetreden.

2.5.8. Buitenlandse investeringen

De topman van Shell is op 23 januari 2008 op het matje geroepen bij de president van Nigeria

Shell moet meer investeren in gaspijpleidingen en kunstmestfabrieken en andere olieverwerkende industrieën in Nigeria. Dat stelt de nieuwe Nigeriaanse president, die topman Jeroen van der Veer heeft ontboden in Davos.

Een nieuwe partij op de Nigeriaanse oliemarkt is China. De president van China heeft een oliecontract afgesloten met de Nigeriaanse overheid. In ruil voor 4 miljard euro aan investeringen is het Chinese oliemaatschappijen toegestaan om te zoeken naar olie in Nigeria.

Om buitenlandse investeringen aan te trekken en de corruptie in de sector van de mineralen te verminderen heeft de regering getracht de meeste van de publieke maatschappijen sinds 2002 te verkopen en zo voor gedeeltelijke privatisering van de publieke maatschappijen te zorgen.

2.6. De Handelsbalans en de "Gateway"

2.6.1. Handelsbalans

Voor dit onderdeel zal de D/A-tabel aan bod komen, d.i. de handelsbalans. Hier vindt men een overzicht van de al dan niet dominante invoer- of uitvoerstroom tussen Nigeria en de EU. Deze analyse gebeurt voor ieder land en voor elk product afzonderlijk. Wanneer de Europese invoer de uitvoer overstijgt ontstaat er een deficit voor de handelsbalans van de EU, en omgekeerd vertoont de handelsbalans van de EU een overschot. De D/A-tabellen geven het verschil tussen de A-tabellen van invoer en uitvoer per land en per product. Zo bieden ze de mogelijkheid de evolutie van de handelsbalanstotalen over de tijd na te gaan.

In 2003 vertoont de Europese handelsbalans een te kort van 800 miljoen EUR ten opzichte van Nigeria. Dit wil zeggen dat de EU minder uitvoert naar Nigeria dan de EU invoert van Nigeria. Een toepassing van deze analyse op de lidstaten afzonderlijk wijst uit dat dit vooral te wijten is aan Spanje en Portugal, respectievelijk -1,82 miljard EUR; -648 miljoen EUR. Het UK heeft het grootste overschot op de balans, respectievelijk 996 miljoen EUR. We kunnen dit toewijzen aan het feit dat Nigeria een lange tijd gekoloniseerd is geweest door het UK.

In 2005 beloopt het globaal tekort van Europa 2,18 miljard EUR. Dit is een 'toename' van meer dan 275% ten opzichte van 2003. Vooral Spanje heeft veel meer ingevoerd uit Nigeria, het tekort neemt namelijk toe tot -2,89 miljard EUR. Ook in Portugal neemt het tekort toe tot -912 miljoen EUR. Het overschot van het UK neemt wel toe van 996 miljoen EUR tot 1,08 miljard EUR. Maar in totaal geeft dit nog altijd een toename van het deficit.

2.6.2. Handelsbalans van de belangrijkste partners

Zoals hierboven vermeld voert Spanje meer in van Nigeria dan dat het zelf uitvoert naar Nigeria. Vooral in 2005 neemt de invoer aanzienlijk toe. Dit kan deels verklaard worden door de hogere nood aan olie waarbij Spanje als koper is opgetreden. We zien ook dat Nigeria vooral machines invoert van het UK en Frankrijk.

2.6.3. Afwijkingen in de gewogen percentages

In deze paragraaf zal hoofdzakelijk gebruik worden gemaakt van de D/B-tabellen. Deze komen tot stand door het verschil te nemen tussen de B/1-tabellen van invoer en uitvoer voor de Unie als geheel en voor elk van de productgroepen.

In 2003 vertoont Spanje een afwijking van -28,86%, dit betekent dat de positie dat het land inneemt in de EU als uitvoerder zwakker is dan de positie als invoerder van Nigeriaanse producten. Dat Spanje in absolute termen toch meer uitvoert naar Nigeria is hier niet meer relevant. Het Portugese relatieve gewicht in de Europese uitvoer is eveneens lager dan het gewicht van de invoer uit Nigeria, wat resulteert in een afwijking van -10,37%. Het UK is de belangrijke handelspartner die een positieve afwijking optekent van 18,68%. In tegenstelling tot de vorige heeft het UK dus een relatief groter gewicht als uitvoerder dan als invoerder van Nigeriaanse handelsgoederen. In 2005 blijven deze cijfers gelijkaardig. We zien ook dat België beide jaren meer uitvoert naar Nigeria dan invoert van Nigeria.

2.6.4. De "GATE- index"

De GATE-index is een kengetal dat voor de gehele Unie en voor iedere productgroep afzonderlijk de mate geeft waarin invoer en uitvoer van elkaar afwijken. Hierbij worden de absolute waardes van de relatieve afwijkingen die in de vorige sectie aan bod kwamen opgeteld, met als resultaat een waarde gelegen tussen 0 en 200. Als alle lidstaten precies evenveel wegen bij invoer als bij uitvoer, is de index 0. In het andere extreme geval is er één partner die 100% invoert en een andere die de volle 100% uitvoert wat een GATE-index van 200 tot stand brengt.

De GATE-index voor Europa in 2003 bedraagt 85,38; wat gemiddeld is. Deze waarde betekent dat over het algemeen bekeken sommige Europese landen meer wegen en andere evenveel of minder wegen bij de invoer als bij de uitvoer. In 2005 ligt de GATE-index iets hoger op 95,15 wat vooral te wijten is aan de hogere afwijking van Spanje en Portugal.

2.6.5. De GATE-index voor het gekozen product

De GATE-index van het hoofdstuk 'minerals' bedraagt in 2003 102,98. Dit duidt op een gemiddelde invoer en uitvoer van deze producten. Voor deze goederenstroom blijkt Spanje een belangrijke "invoergate" te zijn met een afwijking van -25,45%, terwijl Nederland met 26,62% eerder dominant is in de uitvoer van 'minerals' naar Nigeria. In 2005 stijgt de GATE naar 116. De belangrijkste invoer- en uitvoerhavens blijven zich in 2005 respectievelijk in Spanje en Nederland situeren en versterken zich zelfs nog.

2.6.6. Conclusie

Nigeria vertoont een handelsbalansoverschot ten opzichte van Europa. Nigeria exporteert dus meer dan het importeert. Grote partners zoals Spanje en Frankrijk vertonen de grootste overschotten. Het gekozen product, olie, vertoont een GATE rond de 110. Veel van de olie-uitvoer uit Nigeria gaat naar Spanje, alle olie-invoer naar Nigeria gebeurt via Nederland.

2.7. "Intra-industriehandel" en de A.N.N.E.-index

2.7.1. Handelsbalans

Nigeria heeft in 2003 een negatieve handelsbalans met de EU van 800 miljoen EUR. In 2005 is deze balans in negatieve zin gestegen naar -2,18 miljard EUR. De export van Nigeria naar de EU is dus veel groter dan de import van Nigeria uit de EU

2.7.2. Handelsbalans voor de belangrijkste producten

In onderstaande grafiek worden de handelsbalansen weergeven per sectie. Wat opvalt is het grote deficit voor sectie 5, minerals. Dit deficit is nog groter voor 2005 dan voor 2003. Dit wijst erop dat de export van deze goederen vanuit de EU naar Nigeria veel kleiner is dan de import vanuit Nigeria. De grootste positieve waarden vinden we bij sectie 16, machines. Deze producten worden dus meer geëxporteerd vanuit de EU naar Nigeria dan geïmporteerd vanuit Nigeria.

2.7.3. Afwijkingen in de gewogen percentages

In deze paragraaf zal hoofdzakelijk gebruik worden gemaakt van de D/C-tabellen. Deze komen tot stand door het verschil te nemen tussen de C/1-tabellen van invoer en uitvoer voor de Unie als geheel en voor elk van de landen. In tegenstelling tot punt 2.6.3. spitst de analyse zich hier op het relatieve gewicht van de producten in de in- en uitvoer.

De grootste negatieve afwijking treedt in 2003 op voor de sectie 'minerals' (-78,85%). Dit betekent dat voor bijna de gehele Unie 'minerals' een belangrijker gewicht heeft in de invoer- dan in de uitvoerstroom. De grootste positieve afwijking daarentegen is voor de sectie 'machines' (32,62%). Volgen we de vorige redenering dan kan hier gesteld worden dat 'machines' een belangrijke positie innemen als Europese uitvoerproducten naar Nigeria. Voor de overige secties, buiten de cacao sectie met een positieve afwijking van 9,27% en de sectie 'basic metals and products' met een positieve afwijking van 7,80%, zijn de absolute afwijkingen kleiner dan 5%. Een logische en toch belangrijke opmerking die bij dit onderdeel kan gemaakt worden is dat de "gate locations" voor de verschillende producten, gelijk zijn aan deze gevonden in onderdeel 2.6. Voor een diepgaande analyse hiervan wordt dus naar het overeenkomstige onderdeel verwezen. In 2005 zijn er geen vermeldenswaardige veranderingen opgetreden en zijn haast alle afwijkingen precies dezelfde als in 2003.

2.7.4. De "A.N.N.E.-index"

Net zoals de GATE-index de som is van de absolute waardes van de afwijkingen in de relatieve in- en uitvoerposities per product, geeft de A.N.N.E.-index deze waarde per land. De A.N.N.E.-index (Aanpassing van de Nationale Nomenclatuur voor Externe handel) ligt tussen 0, bij volledige intra-industriehandel, en 200, bij volledige specialisatie. Meer bepaald als deze index laag is, dan wil dit zeggen dat alle producten van een bepaald land quasi evenveel wegen in de invoer- en uitvoerstroom. Dit duidt dan op een constante ruil tussen de bijhorende industrieën van Nigeria en die Europese partner. Is deze index daarentegen hoog, dan wil dit zeggen dat de productgroepen niet even sterk vertegenwoordigd zijn in invoer en uitvoer. Anders gesteld kan de invoer van een land volledig worden bepaald door de invoer van één product wat een maximale afwijking van 100% oplevert, en omgekeerd dat één product de volle 100% uitvoer levert. In dit geval is de A.N.N.E.-index de maximale 200 en is er logischerwijze sprake van specialisatie.

In 2003 bedraagt de A.N.N.E.-index 162,21 wat aanzienlijk hoog is. Er is dus sprake van asymmetrische handelsstromen. Buiten de reeds besproken grote afwijkingen van 'minerals' en 'machines' liggen de overige afwijkingen rond of onder de 5%, wat duidt op intra-industriehandel. De partners die zich in vorige onderdelen hebben geprofileerd als belangrijke partners - Spanje, Frankrijk en Nederland - hebben allen een A.N.N.E. index rond de 150. Bij de overige EU-landen valt mij vooral Estland en Malta met een A.N.N.E.-index van 200 op, dit zijn dus uiterst asymmetrische handelsstromen.

In 2005 neemt de index af tot 150,98. Europa heeft zich dus iets meer afgestemd op de Nigeriaanse vraag. Over het algemeen kan men dus nog steeds spreken van globale specialisatie.

2.7.5. Het Banana-syndroom

We kunnen nu de GATE index en de A.N.N.E. index samen voorstellen op een grafiek die we het banana plot noemen.

Voor 2003 bedroeg de A.N.N.E index 162,21 en voor 2005 150,98. De GATE index bedroeg in 2003 85,83 en in 2005 95,15.

Zoals we in de grafiek kunnen zien is de GATE. INDEX gestegen en is de A.N.N.E. gedaald. We kunnen dus stellen dat Europa minder nijgt naar specialisatie van de handelstroom naar Nigeria (de ANNE index is gedaald) en dat de specialisatie van invoer uit Nigeria van de landen is gestegen (de GATE index is gestegen)

Banana syndrome grafiek

De beide aangeduide punten op de grafiek vormen het kruispunt van de A.N.N.E. en de GATE index. We zien dat voor beide jaren de GATE en de ANNE redelijk dicht bij elkaar liggen en dit betekent dat er niet veel veranderingen zijn geweest.

We zien op het Banana syndrome dat Nigeria zich in de jaren 2003 en 2005 situeert tussen de meer exotische landen met een hoge A.N.N.E. index en een hoge GATE index.

2.7.6.Gekozen land

Een diepere analyse van Spanje levert niet noodzakelijk opmerkelijke resultaten op. Zo stellen we vast dat de grootste afwijking zich situeert bij de 'minerals' en dan voor het merendeel bij de 'mineral fuels and oils'. Wat logisch volgt uit alle voorgaande analyses. Deze afwijking wordt een meer dan 10% kleiner naar 2005 toe. In het geval van 'machines' gebeurt hetzelfde en stijgt deze ook naar 2005 toe, hetzij wel maar met een kleine 3%. Over het algemeen daalt de A.N.N.E.-index van 2003 naar 2005 met tien punten maar de index blijft wel zeer hoog, boven de 150.

Tabel 2.7.6. Grote positieve en negatieve afwijkingen en de A.N.N.E. index voor Spanje

AFDELING

2003

2005

Minerals

-72,39%

-58,99%

Machines

9,21%

7,69%

A.N.N.E.

162,21

150,98

2.7.7. Conclusie

Europa vertoont een structureel tekort op de handelsbalans ten opzichte van Nigeria. Europa importeert van Nigeria dus meer dan het exporteert naar Nigeria. De handelsbalans vertoont immers een behoorlijk deficit voor de sectie 'minerals', daar dit het belangrijkste exportproduct is van Nigeria richting EU. Voor machines bestaat er een overschot omwille van het feit dat Nigeria elektrische componenten uitvoert en afgewerkte machines terug invoert, en deze zijn uiteraard duurder.

HOOFDSTUK 3: Groei-analyse

3.1 Share-effect

Het "share-effect" geeft de gemiddelde groei weer van de Europese invoer vanuit Nigeria in de periode 2003-2005. Het is al aangegeven in vorig hoofdstuk, maar ook hier wordt vastgesteld dat de gemiddelde groei van de invoerstroom positief is. Een share-effect van 34,93% impliceert dat de EU-invoer met dit percentage gestegen is. Mogelijke verklaringen voor deze stijging zijn de grotere nood aan olie.

In de volgende paragrafen zal het share-effect opgedeeld worden in de groei per land of de proportionele landenshift (PLS) enerzijds, en de groei per product of de proportionele product-shift (PPS) anderzijds.

3.2 De proportionele landenshift (PLS)

De proportionele landenshift geeft de relatieve versnelling of vertraging weer van de invoer uit Nigeria van een EU-partner, in vergelijking met de gemiddelde groei binnen de EU of het "share-effect".

Uitgezonderd Frankrijk is de reële groei van alle grote Europese handelspartners van Nigeria positief. De groeicijfers van de belangrijkste handelspartners zijn respectievelijk 54,82% voor Spanje, -0,21% voor Frankrijk, 37,58% voor Nederland en 45,67% voor Portugal. Nu gaan we even dieper in op de proportionele landenshift van de invoer uit Nigeria van deze landen. De proportionele landenshift van deze landen zijn respectievelijk 19,89% voor Spanje, -35,14% voor Frankrijk, 2,65% voor Nederland en 10,74% voor Portugal. Dit wil zeggen dat de groei van de Spaanse invoerstroom 19,89% groter is dan de gemiddelde groei van de invoer van de gehele Unie uit Nigeria. Aangezien Spanje voornamelijk olie uit Nigeria invoert, kan worden gesteld dat in de beschouwde periode de lokale Spaanse economie sterk is gegroeid. Frankrijk kent een negatieve reële groei van respectievelijk -0,21%. Hieruit resulteert voor het land een PLS van -35,14%.

Op de grafiek bemerken we ook 2 grote uitschieters, namelijk SE (Zweden) en CY (Cyprus). De reden hiervoor bij Zweden is de toename van handel in sectie 'agri-business, vegetable life' gezien voor dit land en bij Cyprus de enorme toename van handel in sectie 'plastic and rubber' gezien voor dit land.

3.3 De proportionele product-shift (PPS)

De proportionele productshift geeft de relatieve versnelling of vertraging van de invoer van een bepaalde productgroep ten opzichte van de gemiddelde groei binnen de EU.

In de bovenstaande grafiek zien we vooral dat de secties 12 een opvallende positieve waarde heeft. Dit is de sectie "Foot and headware". Dit betekent dat er een grote acceleratie van deze producten op de Europese markt is. Voor de secties 3, 6, 20 zien we opvallende negatieve waarden. Het betreft de "fats and oils", de "chemicals" en de "sports and toys, furniture incl. lichting". Deze negatieve waarden betekenen dat de groei van deze producten kleiner is dan de totale Europese groei. Voor sectie 11, de sectie "textiles", kunnen we zeggen dat de groei ongeveer gelijk is aan de Europese groei aangezien we te maken hebben met een zeer lichte negatieve waarde. Wat betreft de gekozen afdeling namelijk sectie 5, 'minerals', stellen we vast dat deze een positieve PPS heeft van 6,26%. De groei van deze sectie is dus groter dan de Europese groei.

3.4 De differentiële shifts

In deze paragraaf zal het hoofdproduct worden beschouwd. Daar Spanje de meeste Nigeriaanse olie invoert, zal de volgende analyse zich ook op dit EU-land richten.

We zullen nu een tweedimensionale shift-share constructie opstellen voor Spanje en het product uit sectie 5, hoofdstuk 27.

Tabel 14: differentiële shifts voor Duitsland

Productgroei

=

Algemene groei

+

Proportionele shift

+

Differentiële shift

Nigeria ( EU

Spanje

Afd. 5, hfdst. 27

57,67%

=

34,93%

+

19,89% (PLS)

+

2,85% (DPS)

Nigeria ( EU

Afd. 5, hfdst. 27

Spanje

57,67%

=

34,93%

+

6,59% (PPS)

+

16,15% (DLS)

We merken hier een vorm van symmetrie. De productshifts liggen dicht bij elkaar en de landenshifts ook.

Deze berekening geeft weer dat de Spaanse invoer van minerale brandstoffen en olie uit Nigeria 2,85% sneller groeide dan de globale invoer uit Nigeria. Aan de andere kant toont de differentiële landen shift dat de Spaanse invoer van minerale brandstoffen en olie 16,15% meer groeide dan de gemiddelde Europese minerale brandstoffen en olie invoer.

3.5 Consolidatie versus diversificatie

In dit onderdeel wordt het groeiproces gerelateerd aan de handelspositie waarvan men aanvankelijk vertrekt. Zo worden de gewichten van het basisjaar uitgezet tegenover de groei die nadien werd verwezenlijkt. Als er een tendens bestaat dat de kleinere partners relatief sneller groeien ten nadele van de grotere partners, dan is er sprake van "diversificatie". Als de groei beperkt blijft tot de groten, dan zullen die uiteraard hun positie "consolideren".

De puntenwolk wordt bekomen door op

de verticale as de relatieve groei voor te stellen. Dit zijn doorgaans de proportionele landen- of productshifts. Het kunnen ook de differentiële shifts zijn.

de horizontale as de gewichten van landen (B/1) of producten (C/1) in het basisjaar, d.w.z. de totalen van de tabellen B/1 en C/1 wanneer de proportionele shifts op de verticale as staan.

Deze analyse kan ook uitgevoerd worden op basis van de differentiële productshift; op de horizontale as staat de productinformatie per land uit tabel B/1. Bij de differentiële landenshift wordt de partnerinformatie per product uit tabel C/1 op de horizontale as uitgezet.

In het algemeen heeft men dus 3 alternatieven:

Diversificatie treedt op wanneer de proportionele of differentiële groei zich richt op de kleinere eenheden. Ofwel wordt de handel uiteindelijk beter verspreid over de unie ofwel is de handelskorf homogener samengesteld.

Consolidatie is de omgekeerde beweging waarbij de grotere eenheden hun positie consolideren.

Substitutie is een tussenvorm met specifieke productgebonden interpretaties.

3.5.1 Landenbeweging

De bottom-line van de B1-tabel geeft aan wat het gewicht is van de afzonderlijke EU-lidstaten in de globale invoer uit Nigeria. Anders gesteld komen we via deze tabel iets te weten over de aanvankelijk sterke al dan niet zwakke handelspositie. De gegevens van de PLS geven aan welke landen sneller of minder snel groeien dan de globale Europese groei.

Als we nu de twee extremen van de PLS weglaten uit deze grafiek om een beter beeld te krijgen:

Wanneer men de uitschieters buiten beschouwing laat, ziet men dat zowel kleine als grote handelspartners van Nigeria dalen/stijgen. De bovenstaande grafiek kan ook uitgetekend worden voor de PLS met betrekking tot het gekozen product.

3.5.2 Productbeweging

Als we nu de extreemste waarde van de PPS weglaten en de extreemste van de C/1 bottom line:

Wat de productanalyse betreft zien we dat er zowel als bij de C/1 tabel als bij de PPS extreme waarden zijn. Als we deze beiden weglaten, zien we een eerder negatieve trend op de grafiek. Dit wijst op diversificatie. We zien dat de grote gewichten "verzwakken". Dit wil zeggen dat de proportionele en differentiële groei gericht wordt op de relatief onbelangrijke landen. Een aantal kleinere partners blijken dus sneller te groeien dan de grotere partners.

Hoofdstuk 4: Snap-shots

In dit hoofdstuk wordt het markaandeel van Nigeria in de internationale handel besproken, meer bepaald ten opzichte van de totale sector in de EU. Aan de hand van snap-shots kunnen we de marktaandelen van de Europese handelspartners bestuderen door rekening te houden met zowel de waarde als het volume.

4.1 Algemeen totaal

Als eerste maken we een vergelijking van de handel van Nigeria met de EU en van de wereldhandel met de EU. We kunnen zien dat de gemiddelde prijs per kilo van de uitvoer voor Nigeria naar de EU landen zowel in 2003 (0,23 €/kg) als in 2005 (0,34 €/kg) kleiner is dan de prijs van de uitvoer voor de wereld in 2003 (0,65 €/kg) en 2005 ( 0,73 €/kg). De betekenis die we hieraan geven is dat Nigeria goedkoper was dan het gemiddelde in de wereld maar wel duurder aan het worden is.

Vervolgens zien we dat de relatieve prijs ( PRW = PNigeria/Pwereld) in 2003 0,35 bedraagt en in 2005 0,46. Dit kan kloppen aangezien de gemiddelde prijs in Nigeria meer is gestegen dan de gemiddelde prijs in de wereld.

Een ander interessant gegeven is de relatieve comparatieve prijs ( PRC= PNigeria/Pcomp) . Deze prijs vervangt de wereldprijs uit de noemer van de PRW door de competitieve prijs (Pcomp), namelijk de prijs van de wereld zonder Nigeria. Uit bovenstaande tabel zien we dat de PRC gestegen is naar 2005 toe. Het is wel belangrijk op te merken dat het hier gaat om relatieve prijzen. Om te bepalen of deze daling al dan niet negatief is, moeten we naar de elasticiteit kijken.

Happy Boy

Bovenstaande grafiek werd opgesteld aan de hand van de formule:

Markt aandeel = q/Q = α PRCbeta, met andere woorden, er bestaat een verband tussen het marktaandeel en de relatieve comparatieve prijs.

Het marktaandeel van Nigeria in de wereldhandel met de EU wordt als volgt berekend:

% ecu x Ecuworld = Ecu Nigeria en % ton x Tonworld = Ton Nigeria

Bovenstaande snapshot stelt een HAPPY BOY voor.

Hoewel het volume van de handel in ton afneemt, neemt toch de waarde van de handel in EUR toe. Dit komt doordat ze een hogere waarde EUR/KG krijgen.

4.2. Mineral fuels and oils in de EU

De bovenstaande tabel laat het uitvoervolume en de uitvoerwaarde van Nigeria naar de EU en van de wereld naar de EU zien voor Mineral fuels and oils. We kunnen vaststellen dat de Nigeriaanse uitvoer van mineral fuels and oils duurder is dan de gemiddelde prijs van de werelduitvoer naar de EU. We merken verder op dat de prijs van mineral fuels and oils is gestegen naar 2005 toe (0,31) ten opzichte van 2003 (0,20).

NEXT TIME BETTER PRIJSEROSIE

De snap-shot stelt een NEXT TIME BETTER PRIJS EROSIE voor. Er is een prijsstijging zowel bij Nigeria als bij de wereld. Maar de gemiddelde prijs bij Nigeria ligt hoger dan de gemiddelde prijs van de wereld. Ook zien we dat het tonnage bij Nigeria af neemt hoewel het aantal verhandelde ton bij de wereld toeneemt. Maar toch is dit eigenlijk ook een HAPPY BOY want de prijs van Nigeria stijgt en toch verhandelen ze meer.

4.3. Mineral fuels and oils in Spanje

Deze derde snapshotanalyse analyseert de handel tussen Nigeria en Spanje en tussen de wereld en Spanje in functie van mineral fuels and oils. Uit de tabel kunnen we zien dat de Nigeriaanse mineral fuels and oils voor Spanje veel duurder is geworden en dat de mineral fuels and oils uit de rest van de wereld ook duurder zijn geworden maar relatief gezien minder dan die van Nigeria. Zowel in 2003 als in 2005 zijn de Nigeriaanse mineral fuels and oils gemiddeld duurder dan deze uit de wereld voor Spanje.

Als we nu weer kijken naar de PRC, bemerken we dat deze hetzelfde is voor de beide jaren.

NEXT TIME BETTER PRIJSEROSIE

Deze snapshot grafiek stelt een NEXT TIME BETTER PRIJSEROSIE situatie voor. Er is een stijging van de prijzen (van 0,19 naar 0,29) en ook een stijging van het volume maar deze stijging is minder groot dan deze stijging van het volume bij de wereld. Dit gecombineerd met de prijsstijging leidt tot een daling van het marktaandeel in waarde. We hebben te maken met een prijselastische markt, de prijsstijging veroorzaakt een minder grote stijging t.o.v. de wereld in het volume. Toch is dit eigenlijk ook een HAPPY BOY want Nigeria kan meer verkopen aan een hogere prijs aan Spanje.

HOOFDSTUK 5: Eurostat

1. Value in euros

2003

2005

In 2003 en 2005 is de uitvoer "petroleum oils and condensates" uit Nigeria naar de EU het grootste van de gekozen sectie, minerals. We zien wel dat het belang van "Natural gas, liquefied" toeneemt. Hieruit kunnen we concluderen dat Nigeria misschien nieuwe bronnen van natural gas heeft gevonden.

2. Quantity in 100kg

2003

2005

We zien petroleum oils and densates van 2003 naar 2005 heel erg dalen namelijk van 23025360400kg naar 18906366200kg maar we zien natural gas, liquefied dan weer heel erg stijgen namelijk van 3541247300kg naar 4972530100kg. Weermaals kunnen we concluderen dat Nigeria meer belang begint te hechten aan natural gas, liquefied.

Bronnen:

https://www.cia.gov/library/publications/the-world-factbook/

www.vormen.org/Rechtvaardig/Bijlagen/VuileOlieAchtergr.html

www.afrikatour.nl/landengegevens/Nigeria/nigeriagegevens.htm

www.lsp-mas.be/marxisme/2004nigeria.html

www.vrede.be/tijdschrift_view.php?id=693

http://www.wereldomroep.nl/actua/regio/afrika/act20060117_shell

http://www.milieudefensie.nl/globalisering/doemee/onrecht-en-olie-in-nigeria

http://nl.wikipedia.org/wiki/Economie_van_Nigeria

www.dag.nl/10100722/NIEUWS/Artikelpagina-Nieuws/Infographic-Olie-oorlog-Nigeria.htm

www.rtl.nl/(/financien/rtlz/nieuws/)/components/financien/rtlz/2006/.../07-nigeria_ontvoering.xml

http://nl.wikipedia.org/wiki/Olie

http://www.grid.unep.ch/product/map/index.php?region=europe

-Boek prof Claessens Evrard

-Blackboard universiteit Antwerpen, gegevens EU

� EMBED Excel.Chart.8 \s ���

� PAGE \* MERGEFORMAT �6�

_1272367738.xls

Grafiek1

85.8395.15
2003
2005
A.N.N.E. index
GATE INDEX
De A.N.N.E. en GATE INDEX

Blad1

2003
anneannegate
gate
2005162.2185.83
anne150.9895.15
gate

Blad1

2003
2005
A.N.N.E. index
GATE INDEX
De A.N.N.E. en GATE INDEX

Blad2

Blad3